Informatie over China

Klimaat en geografie

China heeft een grote variatie in geografie, landschappen en klimaten; tropisch regenwoud, rijstvelden, woestijnen, graslanden, besneeuwde bergtoppen, stranden, enorme steden en kleine dorpen wisselen elkaar af.

Het is niet mogelijk om voor heel China per maand een gemiddelde temperatuur te geven. Door de grootte van het land en door de hoogteverschillen zijn er grote verschillen. De klimaten varieren van subtropisch in de zuidelijke provincies tot gematigd in het noorden.
De noordelijke winters zijn koud. In Beijing komt de temperatuur dan niet boven de 0 graden celcius en een gure ijskoude wind uit het noorden doet het nog kouder aanvoelen. Over het algemeen is het in de winter wel droog en zonnig. Vanaf maart stijgt de temperatuur tot gemiddeld 20 graden celcius. In de zomermaanden is het vrij warm, tussen 25 graden celcius en 30 celcius. De temperatuur kan dan zelf oplopen tot 35 graden celcius of hoger. In de herfst is het overdag nog redelijk warm, maar koelt het 's avonds sterk af. In het zuiden (het gebied rond Canton) zijn de verschillen in temperatuur minder groot. Het is 's zomers wel iets warmer dan in het noorden en de temperatuur daalt 's winters zelden beneden het vriespunt. De hete, vochtige periode valt tussen april en september; de temperatuur kan dan stijgen tot 38 graden celcius. De zomer is tevens het regenseizoen. De winters (januari-maart) zijn kort. In Centraal China zijn de zomers lang, heet en vochtig. Tussen april en oktober kent men daar de hoogste temperaturen. De winters zijn kort en koud en de temperaturen kunnen dalen tot 0 graden celcius.
Aan de kust zorgt een zeeklimaat voor de gematigde temperaturen, met in verhouding meer regen in de zomer. De hooglanden van Tibet en Qinghai kennen een bergklimaat met strenge winters en matig warme zomers. Je ziet, het hangt van je route en periode waarin je reist af, wat het beste is om aan kleding mee te nemen.
De Yangtse Rivier is de scheidingslijn wat betreft de verwarmingsvoorziening in de woonhuizen. Voor alle gebieden boven deze rivier geeft de regering toestemming om kolen te branden, ten zuiden van deze rivier moeten de mensen maar warme kleding aantrekken.

De geografische geschiedenis van het land werd bepaald door het rijzen van het Centrale Hoogland. Hierdoor is tevens het hooggebergte ontstaan. Oost-China ligt relatief laag (over het algemeen beneden de 500 meter) en de Tibetaanse hoogvlakte ligt hoger dan 2000 meter, met pieken van 7000 tot boven de 8000 meter. Op het Centrale Hoogland ontspringen de twee grote rivieren van China: de Yangze Rivier (Chang Jiang), en de Gele Rivier (Huang He). Miljoenen jaren voerden deze rivieren slib aan waardoor het Chinese laagland ontstond. Deze afzetting kon ontstaan vanwege de enorme erosie die het centrale deel van China teisterde en die mede ontstaan is vanwege de grootschalige ontbossing van het land. China heeft 1500 rivieren. Deze rivieren zijn onmisbaar voor transport, energievoorziening en irrigatie. Verder heeft China circa 370 grote (zoetwater en zoutwater) meren en ontelbare kleinere.

Heel globaal kan China in 10 geografische en klimaatzones worden verdeeld:

- De woestijn- en steppegebieden van Mongolie en Xinjiang bestaan uit droge steppen, bekkens, hoogvlakten en woestijnen. Het gebied behoort geografisch tot Centraal-Azie. De hoogvlakten worden door bergruggen gescheiden. De communicatielijnen volgen de oases, waaromheen de steden zijn geconcentreerd. In dit gebied is het klimaat continentaal, met droge en koude winters en hete tot zeer hete zomers. De temperatuursverschillen tussen dag (zeer heet) en nacht (koud) zijn erg groot.

- Het noordoostelijke deel - met de belangrijkste steden Shenyang, Dalian en Harbin - kent uitgestrekte laagvlaktes waar de winters lang en koud en de zomers kort en heet zijn.

- Het noordcentrale gebied wordt door heuvelruggen van de Yangzi gescheiden. Het gebied ligt over het algemeen onder de 200 meter en bevat de Delta van de Gele rivier (Huanghe) en andere rivieren. Het gebied is erg gevoelig voor overstromingen en droogte. Het noordoostelijk deel en Centraal China kent een landklimaat met hete zomers en koude winters waarin het vaak vriest. In de zomer valt de meeste neerslag. In de lente komen er regelmatig stofwinden voor.

- West-China wordt van het oosten gescheiden door de randgebergten van de Mongoolse hoogvlakte en het westelijk berggebied van Sichuan en Yunnan. Het zuidwesten bestaat uit een plateau met hoogten tussen de 1000 en 2500 meter. Het wordt doorsneden door grote rivieren, met relatief kleine, vruchtbare dalen. Het klimaat is er mild, met koele, droge winters en lange, vochtige, maar niet erg hete zomers.

- Het heuvelachtige en waterrijke zuidoostelijke deel kent door de grote hoogteverschillen en het vele water diverse weersomstandigheden en heeft een tropisch klimaat. In het voorjaar valt er veel neerslag. In de zomer is het er tropisch warm en vochtig. Aan het eind van de zomer bestaat er het gevaar van tyfonen. In de winter vriest het er zelden.

- Het Lossplateau van Centraal-China was ooit een van de belangrijkste centra van de Chinese beschaving. De vallei van de Wei-rivier is de belangrijkste toegangsroute naar Centraal-Azie. De lossgrond is vruchtbaar maar bevattelijk voor erosie. Het gebied is nogal droog . De zomers zijn heet en de winters streng en koud.

- Het Sichuanbekken is zeer vruchtbaar en wordt omringd door bergen. Het klimaat is mild. In de winter is het niet erg koud doordat de bergruggen in het noorden de koude winden tegenhouden. De meeste neerslag valt in de zomer.

- Het Tibetaanse Plateau omvat Tibet, Qinghai en een deel van Sichuan. Het grootste deel van dit gebied bevindt zich meer dan 3000 meter boven de zeespiegel, met bergtoppen van 7000 tot 8000 meter hoog. De hoofdstad van Tibet (Lhasa) ligt op 3500 meter hoogte. Het gebied bestaat uit berghellingen en vlakten. Het klimaat wordt sterk door de hoogte beinvloed. De winters zijn koud en de zomers koel, hoewel de zon wel vaak schijnt. Er valt weinig neerslag.

Geschiedenis

China kent een zeer lange geschiedenis. De beschaving is qua tijdsduur onovertroffen. Al een miljoen jaar geleden leefden er mensachtigen in China. Fossielen van aapmensen zijn gevonden in Yunnan en in Sichuan. De overblijfselen van de zogeheten 'Pekingmens' zijn meer dan een half miljoen jaar oud.
Ongeveer 5.000 jaar geleden ontstonden de eerste landbouwgemeenschappen in de buurt van de grote rivieren. Eén van de machtigste stammen in de vallei van de Gele rivier (Huang He) werd zo'n 4.000 jaar geleden geleid door de eerste Gele Keizer, Huangdi, die als stichter van de Chinese natie wordt beschouwd. De eerste geschreven teksten, op schildpadschalen en botten, dateren uit de Shang-periode (16e - 11e eeuw v. Chr.). In die tijd begint dus de Chinese historie pas officieel.

De geschiedenis van China wordt ingedeeld naar keizerlijke dynastieën die het land regeerden gedurende een periode van bijna 4.000 jaar. De Qin-dynastie (221 - 206 v. Chr.) was vrij kortstondig, maar had een grote invloed op de Chinese geschiedenis. In het algemeen wordt gesteld dat deze Qin-dynastie de basis voor het echte Chinese keizerrijk heeft gelegd. De stichter - Qin Shi Huang Di, 'de eerste keizer van China' - wekte bij de Chinezen voor het eerst een nationaal gevoel op. Met behulp van een superieur leger onderwierpen zij de andere staten, waarmee voor het eerst gesproken kon worden van een verenigd rijk. Van het woord Qin is ook het latere woord China afgeleid. Qin Shi Huang Di was ook de man die bevel gaf tot de aaneensluiting van verdedigingswerken waaruit de 'Chinese Muur' ontstond. Zijn grafcomplex, met de duizenden terracotta soldaten ten oosten van Xi'an geldt als één van de grootste kunstschatten ter wereld.

Het Chinese keizerrijk zou nog vele perioden van bloeitijd en verval kennen. Het hoogtepunt van de Chinese culturele geschiedenis wordt algemeen toegeschreven aan de Tang- en Songdynastie (circa 700 - 1200 n. Chr.). In die tijd werden de belangrijkste uitvindingen gedaan die lieten zien dat de Chinese beschaving de meest geavanceerde ter wereld was; Buskruit, boekdrukkunst, kompas en papiergeld werden pas veel later in Europa bekend. De laatste dynastieën van China, de Ming en Qing-dynastie (1368 - 1644), hebben het grootste erfgoed achtergelaten. Alle grote monumenten zoals de Verboden Stad en de Temple of Heaven in Beijing stammen uit deze tijd.

China raakte pas rond 1800 in verval. De opkomst van de westerse wereldmachten in de 18e eeuw betekende voor China een lange periode van koloniale uitbuiting en oorlogen. Boerenopstanden, hongersnood, corruptie en westerse inmenging deden het land geen goed. De westerse invloed leidde tot de oprichting van diverse revolutionaire groeperingen, waaronder die van Sun Yatsen. In 1912 werd hij tot president van de Republiek China gekozen, nadat de laatste keizer, de 6-jarige Puyi, afstand van de troon had gedaan.

Na de dood van sun Yatsen in 1925 werd zijn plaats ingenomen door Chiang Kaishek (1887 - 1975). Hij verbood de Communistische Partij die in 1921 mede was opgericht door Mao Zedong en zuiverde de linkse elementen uit zijn eigen gelederen. In heel China werden de communisten vervolgd. Om de onderdrukkingen te ontvluchten, ondernamen de communisten in 1935 een zware wandeltocht van 9.000 kilometer door het westen van China. Deze wandeltocht is de geschiedenis ingegaan als de 'Lange Mars'. Van de bijna 100.000 mensen die aan de tocht begonnen, haalden minder dan 10.000 het einde. Onder de overlevenden bevond zich Mao Zedong. Het prestige, ontleend aan deze prestatie, bezorgde de Communistische Partij de uiteindelijke overwinning in 1949.

Pas in 1949, toen de Communistische Partij aan de macht kwam, kon er begonnen worden met de wederopbouw van het land onder de autoritaire leiding van Mao Zedong. Ten tijde van de Culturele Revolutie (1966 - 1976) werd in een periode van tien jaar vol chaos, geweld en rechteloosheid, veel van de verworvenheden van de voorgaande jaren teniet gedaan. Na de dood van Mao Zedong in 1976 was het Deng Xiaoping die vervolgens het heft in handen nam. Economische hervormingen werden doorgevoerd en het internationale isolement werd doorbroken. Politiek gezien zit de Partij echter nog stevig in het zadel; De bevolking kent wel economische vrijheid maar nauwelijks politieke vrijheid. Tijdens de studentenrevolutie op het Tian An Men plein in mei-juni 1989 lieten de Chinese leiders er geen onduidelijkheid over bestaan wat hun prioriteiten waren; orde en gezag!

Staat en politiek

Op dit moment kent China een centraal geregeerd, communistisch systeem. Er komen hier en daar wel barsten in dit systeem. Het communistische tijdperk, dat officieel nog voortduurt, maar eigenlijk ophield met de dood van Mao, roept bij veel Chinezen tegenstrijdige gevoelens op. Enerzijds keerde er onder Mao rust en orde terug in het land, anderzijds bracht Mao China aan de rand van burgeroorlog en hongersnood. Om die reden is het niet moeilijk te begrijpen dat Deng Xiaoping alle steun kreeg van de bevolking toen hij in 1978 China een nieuwe koers deed inslaan. Van een communistisch eenheidsstaat waar vrouwen geen rokken mochten dragen en generaals niet te onderscheiden waren van soldaten, werd China in stormachtig tempo ingevoerd in de moderne tijd. De oude heersers zijn nog aan de macht, maar de jongere generatie probeert op vele manieren hun ideeëln over democratie te verwezenlijken.

Tijdens nationale vergaderingen van de partij wordt de persoon voor de belangrijkste functie van het land (voorzitter van de partij) gekozen. Sinds 1993 is Jiang Zemin de sterke man van China. Formeel is hij de machtigste man van het land en is zijn positie vergelijkbaar met die van een president.

Het Volkscongres kiest de premiers en vice premiers. De premier is gelijkwaardig aan een minister-president. De huidige premier, een rol die vroeger door de nog altijd populaire Zhou Enlai werd vervuld, is nu in handen van Zhu Rongji. Verkiezingen waarbij gewone burgers hun stem kunnen geven, komen in China alleen op zeer lokaal niveau voor.

Het land telt officieel 22 provincies (sheng) exclusief Taiwan, 5 autonome gebieden (zizhiqu) waaronder Tibet, en de 3 centraal bestuurde stadsprovincies (zhiheshi) Beijing, Shanghai en Tianjin. Taiwan wordt nog altijd gezien als een opstandige provincie, hoewel de verhouding tussen China en Taiwan enigszins versoepelt. Tot voor kort hadden ze slechts zelden contact, maar nu is er sprake van een directe luchtverbinding tussen de beide China's. Het Chinese leger heeft het hier echter nog steeds moeilijk mee. De Britse kroonkolonie Hongkong (Xianggang) en het Portugese Macao (Aomen) zijn in respectievelijk 1997 en 1999 overgedragen aan China.

China is volop in beweging en het kapitalisme begint de kop op te steken zoals blijkt uit de introductie van een aandelenbeurs en het feit dat er privé-eigendom wordt toegestaan. De economie is 'booming' en de inflatie hoog. Nergens ter wereld wordt momenteel zoveel gebouwd en zoveel geïnvesteerd als in China. Het lijkt wel of er iedere week nieuwe wolkenkrabbers verschijnen, internetcafe's zijn bijna overal te vinden en het mobiele telefoonnet in China is het grootste ter wereld, zodat ook in China de mobiele telefoons in de trein rinkelen. Het buitenland begint geïnteresseerd te raken in de enorme potentie van de Chinese markt, die langzamerhand ook genoeg te besteden heeft om allerlei luxe producten aan te schaffen. De middenstand bloeit, evenals het ondernemerschap.

Of de Chinezen zelf gelukkig zijn met de ontwikkelingen, valt te bezien. De mensen zijn blij met de nieuwe welvaart, maar anderzijds steekt ook de onvrede de kop op. Voorlopig hebben alleen de steden en kustgebieden voordeel van de economische ontwikkeling. De welvaart is alles behalve eerlijk verdeeld en de corruptie in het land is schrikbarend. De stedelingen zien hun inkomen snel stijgen, terwijl de plattelandsbevolking 'op een houtje moet blijven bijten'. Rijstterassen worden nog steeds met de waterbuffel geploegd en met de hand ingezaaid, onderhouden en geoogst. De lokale bus is nog steeds te klein voor ons westerlingen en een Chinees die Engels spreekt is een uitzondering. Het systeem van de ijzeren rijstkom, waarbij de arbeider gedurende de duur van zijn arbeidzaam leven verzekerd was van een baan, is voorbij. De boeren verlaten hun land en dorpen en trekken vervolgens naar de stad. Daar vormen zij een groep van ongeschoolde arbeidskrachten, die in slechte omstandigheden moeten leven. De verwachting is dat op termijn ook platteland zal gaan profiteren, maar voorlopig is daar het leven nog traditioneel en eenvoudig.

Bevolking

In China wonen ruim 1,3 miljard mensen, dit is meer dan éévijfde van de wereldbevolking en daarmee is China het volkrijkste land ter wereld. De bevolkingsdichtheid bedraagt 128 personen per vierkante kilometer. Het geboortecijfer van China wordt in statistieken meestal apart weergegeven om geen geflatteerd beeld te krijgen van de wereldsituatie.

Er zijn in China vier volkstellingen gehouden namelijk in 1953, 1964, 1982 en in 1990. In 1953 werden er 583 miljoen mensen geteld, in 1964 691 miljoen, in 1982 1.015 miljoen en in 1990 al ruim 1.134 miljoen. Omdat dit de nodige problemen oplevert voor voeding, huisvesting, werk en onderwijs heeft de regering wetten uitgevaardigd. Om bijvoorbeeld de bevolkingsgroei te beperken geldt er in China al vele jaren een strenge geboortepolitiek, die het ouders onder meer verbiedt om meer dan 1 kind te hebben (de zogenoemde één kind-politiek). In de steden wordt dit streng gecontroleerd en kunnen ouders die meer dan één kind krijgen straffen krijgen als geldboetes, degradatie op het werk of ze worden uit hun huis gezet. Dit stringente naleven van de regels leidt tot ernstige wantoestanden zoals gedwongen sterilisatie. Verder hebben ouders van oudsher altijd een voorkeur gehad voor jongens. Als het eerste kind een meisje blijkt te zijn, komt het regelmatig voor dat de dochter wordt vermoord, ter vondeling wordt gelegd of wordt afgestaan aan een kindertehuis. Op het platteland is de controle minder streng en zijn er vaak geen mogelijkheid om de ouders te straffen. Op dit moment, nu de economie en het privévermogen toeneemt, is het mogelijk om door het betalen van een 'boete' een grotere kinderwens te realiseren. In de steden lijkt de één kind-politiek echter te slagen. Er zijn nu ouders, in tegenstelling tot vroeger, die er trots op zijn dat ze hun enig kind kunnen la-ten zien. De geboortebeperking leidt tot een onevenwichtige samenstelling van de bevolkingsopbouw in zowel geslacht als leeftijd. De regering in China is in haar beleid ten aanzien van de geboortebeperking bij etnische minderheden minder streng. Hierdoor is de bevolkingsgroei van de minderheden hoger dan van de Hanchinezen.

Het grootste gedeelte van de bevolking (90%) wordt gerekend tot de Hanchinezen. Daarnaast wonen in China nog zo'n 55 tal minderheden die ruim 55 miljoen mensen omvatten. Het is het kleurige deel van de bevolking dat vooral aan de grenzen woont. Een groot aantal van hen is geassimileerd met de Chinese bevolking, doordat eigen talen verboden werden en er door de regering grote aantallen Hanchinezen naar deze gebieden werden gestuurd. Deze namen vervolgens de locale macht in handen. De bevolkingsgroepen die deze politiek aanvechten, waaronder de Tibetanen, worden met harde hand op hun plaats gewezen.
In het zuidoosten wonen voornamelijk de etnistiche minderheden als de Dai, Yao, Maio en Buyi. In het noordwesten wonen vooral minderheden als Uygouren, Kazakhen, Kirgiezen en Uzbeken. Bekende bevolkingsgroepen die een lange traditie van zelfstandigheid hebben gekend zijn bijvoorbeeld de Mongolen en de Tibetanen. Zij proberen hun eigen levenswijze en religie te behouden. Vooral het lot van de Tibetanen is tragisch; de bezetting van Tibet is met erg veel geweld gepaard gegaan en zijn er veel culture erfgoederen zoals kloosters en tempels vernieldd. Verder krijgen zij nauwelijks de kans hun eigen levenstijl en cultuur voort te zetten.

Ongeveer 25 % van de bevolking woont in de steden, de rest op het platteland. Zij werken ten behoeve van de voedselvoorziening.

Taal

In China worden veel verschillende talen en dialecten gesproken. Er zijn in totaal 36 dialecten in China. De algemene voertaal in China is Mandarijn (Hoog Chinees). De Chinese taal, ook wel Hanyu (Han-taal) of Putonghua (Algemeen Beschaafd Chinees) genoemd, verwijst naar de landstaal van de Volksrepubliek China. Het is gebaseerd op het Chinees dat rond Beijing wordt gesproken. Het wordt gebruikt op scholen en in de nationale media.

De geschreven taal is echter in heel China hetzelfde. Dit schrift bestaat uit ongeveer 50.000 karakters in plaats van letters. Veel Chinezen denken dat deze karakters over de hele wereld worden gebruikt. Als je al toerist bijvoorbeeld de weg vraagt en de chinees merkt dat je hem niet verstaat, schrijft deze de karakters in zijn handpalm. Zo wordt er ook met Chinezen uit andere streken gecommuniceerd.
Ieder karakter is opgebouwd uit een radicaal (de betekenis) en een fonetisch element (de aanwijzing voor de uitspraak). Aangezien het leren van het schrift erg lastig is, zijn er diverse pogingen gedaan om het schrift te vereenvoudigen. In 1979 heeft de regering het pinying-systeem (= fonetische spelling van het Chinees) geïntroduceerd. Dit wordt ook wel de "romanisering" (westerse spelling) van de Chinese karakters genoemd. De Chinese hoofdstad Peking heet nu Beijing en het voormalige Canton, Guangzhou. Bovendien is men begonnen met ingrijpende veranderingen in het Chinese beeldschrift met het doel vereenvoudiging en gelijkheid.

De Chinese taal is een moeilijke spreektaal omdat het gebruik maakt van een andere structuur en klanken dan het Nederlands. Het putonghua kent vier verschillende hoofdtonen waarop de taal uitgesproken kan worden. De combinatie van klank en toonhoogte bepalen de betekenis. Omdat de betekenissen van woorden behoorlijk met elkaar in tegenspraak kunnen zijn al naar gelang de toonval, is het zaak de klank zorgvuldig uit te spreken. Het moderne Chinees kent enkele duizenden karakters in ruim duizend klank/toon-combinaties. Je ziet dat als Chinezen elkaar niet verstaan, zij overschakelen op de schrijftaal die wel voor iedereen hetzelfde is. De ene chinees mag dan de ander dan niet verstaan, hij kan wel zijn tekst lezen.

Geld

Het Chinese geld heet Renminbi (RMB: geld van het volk). De munteenheid is de yuan, in de volksmond ook 'kuai' genoemd. Er zijn briefjes van 100, 50, 10, 5, 2 en 1 yuan. Er is tegenwoordig ook een munt van 1 yuan. De waarde van de yuan bedraagt ongeveer f 0,25, maar schommelt met de koers van de Amerikaanse dollar. De koers van de Yuan is relatief stabiel. Eén yuan wordt onderverdeeld in 10 jiao (in de volksmond 'mao' geheten). Er zijn briefjes van 5, 2 en 1 jiao. Een jiao wordt weer onderverdeeld in 10 fen. Hiervan zijn kleine briefjes (!) en muntjes van 5, 2 en 1 fen in omloop. Dus: 1 Yuan = 10 jiao = 100 fen.

De yuan mag niet vrij worden in- of uitgevoerd. Het advies is om Traveller Cheques (bij verlies en diefstal verzekerd) in Amerikaanse dollars en contante Amerikaanse dollars mee te nemen. Deze kunnen ter plaatse bij kantoren van de Bank of China rechtstreeks in Chinees geld om worden gewisseld. In vrijwel alle grote hotels is een wisselkantoor gevestigd. De meeste valuta en cheques worden hier geaccepteerd, behalve eurocheques en girobetaalkaarten. De Nederlandse gulden wordt niet altijd geaccepteerd. De wisselkoersen zijn in heel China en bij alle wisselkantoren hetzelfde. Vraag bij het wisselen van vreemde valuta altijd om een kasbewijs. Officieel heb je deze kasbewijzen nodig om bij het verlaten van China overgebleven Chinees geld weer te kunnen wisselen bij een bank.

In de grote steden zoals Beijing, Shanghai en Hongkong kan je tegenwoordig met een creditcard betalen. Ook de duurdere restaurants en winkels die vooral op de toeristenmarkt zijn gericht, accepteren creditcards. Daarnaast kan je bij hoofdkantoren van de Bank of China met je creditcard contant geld opnemen. Bij aankopen op straat of bij het gebruik van een taxi of riksja moet je met gepast geld te betalen. Men heeft vaak geen wisselgeld (dit zeggen ze vaak) en kan zeker bij het gebruik van grote coupures geen geld terug geven. Verzamel dus zoveel mogelijk klein coupures.

Eten en drinken

De Chinezen hebben een eigen eetcultuur. De Chinese keuken is enorm gevarieerd en kent vele, soms vreemde lekkernijen. Volgens sommigen is dit het resultaat van een eeuwenlang onderzoek naar de mogelijkheid om datgene eetbaar te maken wat niet eetbaar is, of zich op z'n minst in de natuurlijke staat als als oneetbaar voordoet. Dit is onder andere een weerspiegeling van China's grootste probleem: de overbevolking en haar voedselprobleem.
Ook in mindere periodes moest men voldoende voedsel vinden om de hele bevolking te voeden. Er zijn lekkernijen in de Chinese keuken te vinden die voor ons westerlingen erg vreemd overkomen zoals eenden, honden, katten, muizen, ratten en slangen. Daarnaast wordt vrijwel geen onderdeel van plant of dier onbereid gelaten. Wij zijn bijvoorbeeld in kippensoep regelmatig hele koppen, hanenkannen en zelfs de pootjes inclusief de nageltjes tegengekomen.
Daarnaast heeft een aantal ingrediënten om gezondheidsredenen en plek in het Chinese eten gevonden. Er bestaat een hele leer, gebaseerd op de principes van yin en yang, waarin bepaald "voedsel" lichamelijke of geestelijke ziekten bestrijden. Alles draait om evenwicht, vooral dat tussen rijst of andere meelspijzen (de zogenaamde fan) aan de ene kant, en vlees en groente (cai) aan de andere. Een ander basisprincipe betreft het mengen van contrasterende smaken. De geur, kleur en textuur - zelfs de vorm - van het eten worden allemaal belangrijk geacht, daar men vindt dat gerechten alle zintuigen moeten bevredigen.

Vrijwel iedere stad heeft een eigen keuken met specifieke gerechten. Er zijn restaurants te kust en te keur. De Chinezen zijn in staat met eenvoudige middelen en ingrediënten de meest fantastische maaltijden bereiden. De kwaliteit van het voedsel is over het algemeen goed, zelfs in de kleinste restaurants. Voor alle Chinese stijlen is vers voedsel onontbeerlijk en doordat de ingrediënten in hete olie (en in een wok) worden bereid, zullen toeristen nauwelijks ziek worden van het eten, mits er maar voldoende rijst bij wordt geconsumeerd om magen en darmen de wat vettere maaltijden zonder problemen te laten verwerken. In de meeste gerechten wordt vlees gewerkt. Op het menu staan slechts enkele vegetarische schotels met alleen groente of Tahoe. Gerechten met vis komen echter ook veel voor. Vaak wordt er echter gebruik gemaakt van zoetwater vis die erg veel graat bevat.

Een Chinees houdt er voor ons wat vreemde eetgewoontes op na. De tafelmanieren zijn uiterst informeel: slurpen, smakken, luidruchtig kauwen, spreken met de mond vol, met je ellebogen op tafel leunen, het zijn allemaal geaccepteerde gedragingen. Graten en botjes spuugt men op de grond (in goedkope restaurants) of legt men op het tafelkleed. Het tafelkleed moet er na een goede maaltijd als een slagveld uitzien.
De Chinees eet nooit à la carte maar bestelt verschillende gerechten. Een goede vuistregel is zoveel schotels te bestellen als er mensen om de tafel zitten. De gerechten worden in het midden van de tafel op een rond draaiplateau (lazy daisy) gezet . Het is de bedoeling dat men van alle schotels steeds een beetje in zijn kommetje schept. Om de mogelijke overgebleven gaatjes in de maag te vullen, wordt aan het eind van de maaltijd de soep geserveerd. Chinezen vinden het erg vreemd om de soep als eerste gang op te dienen omdat alle gerechten dan in de soep plonzen. Het is beter als de soep zich achteraf tussen het naar binnen gewerkte voedsel dringt om het makkelijk verteerbaar te maken.

Het voedsel dat geserveerd wordt is zodanig bereid dat je geen mes nodig hebt. De Chinezen eten dan ook met stokjes. Het is aan te bevelen om je eigen eetstokjes en/of bestek mee te nemen vanwege de hygiëne en het gemak. In de goedkopere restaurants wordt het eetgerei namelijk met velen gedeeld.

In de meeste (duurdere) hotels wordt een standaar westers ontbijt geserveerd. Dit bestaat over het algemeen uit koffie, thee, toast, jam en ei. Soms wordt het eten in de vorm van een buffet aangeboden. Het westerse (avond)eten in China is weinig verfijnd en nogal smakeloos. Tegenwoordig komen er wel steeds meer bakkerijen waar stokbrood, kaas etc. te koop is.

De Chinezen drinken de hele dag thee (cha) zonder suiker, room of citroen. In een potje met theebladeren wordt heet water geschonken. Het eerste potje thee wordt gewoonlijk weggegooid waarna er opnieuw water wordt geschonken op de theebladeren. Dit proces herhaalt zich een aantal malen gedurende de dag. E wordt steeds weer water bijgeschonken. Bijna elke Chinees heeft een jampotje bij zich waaruit de thee wordt gedronken. In de hotelkamers vind je altijd een thermosfles met heet (gekookt) water voor thee of koffie. Wanneer de fles leeg is of het water koud is, kan je hem opnieuw laten vullen bij het personeel.

Koffie (kafei) is in China in opmars. Er komen steeds meer koffieshops. Over het algemeen is de kwaliteit niet geweldig. Er wordt er vaak oploskoffie geschonken.

Frisdranken zijn overal te koop. Sinds het begin van de jaren '80 is Coca Cola (kekou kele) verkrijgbaar. De softdrinks die lokaal worden geproduceerd en in flesjes worden aangeboden zijn mierzoet en bevatten een hoog gehalte aan kleurstof. Overal zijn flessen mineraalwater (laoshan) te koop. Melk (niunai) is bijna nergens te verkrijgen. Alleen bij het ontbijt kan je (gekookte) melk krijgen.

De Chinezen hebben maar één woord voor alcoholische dranke:. Jiu, wat vrij vertaald wijn betekend. De meeste alcoholische dranken worden gestookt uit graan of rijst. Er zijn vele lokale variëteiten te verkrijgen met alcoholpercentages tussen de 40 en 80%. Verder wordt er in China cognac, wodka en wiskey geproduceerd. Het bier (pijiu) in China is van een uitstekende kwaliteit en doet niet onder voor Nederlands bier. Het lokaal geproduceerde bier heeft een lager alcoholgehalte (± 3,8%) dan onze pils maar is smakelijker dan onze alcoholarme bieren. Vooral Qingdao, het beroemdste Chinese biermerk is een aanrader voor hen die een pilsje lusten. Geïmporteerde dranken zijn verkrijgbaar maar duur.

Het is zeer af te raden om leidingwater te drinken of zelfs te gebruiken bij het tandenpoetsen. Koop altijd flessen water en controleer of de dop geseald is met plastic.

Religie

In westerse godsdiensten wordt van een openbaring en een schepping uitgegaan en gelooft men in een Dag des Oordeels. Het traditionele denken in China gaat echter uit van een eeuwige wereld zonder begin en definitief einde. In China had en heeft filosofie ongeveer de status van een religie. De nadruk ligt op opvattingen over hoe in het hier en nu een deugdzaam leven te leiden, over hoe het individu harmonieus kan functioneren ten opzichte van zijn medemens en de natuur. De grondwet garandeert vrijheid van godsdienst (naast het recht om atheïsme te propageren). In de praktijk is de politiek van de overheid gericht op het beperken van religieuze invloed. Sinds 1978 heeft de overheid een meer positieve houding jegens de georganiseerde godsdiensten.

Er wordt wel eens gezegd dat de Chinees een bonte verzameling van overtuigingen aanhangt en deze gebruikt zoals het hem uitkomt. Maar dat wil niet zeggen dat de Chinees het onbelangrijk vindt. Integendeel, het confucianisme bijvoorbeeld is eeuwenlang de grondslag voor de Chinese samenleving geweest en veel normen en waarden van het hedendaagse China zijn daar uit voortgekomen. De invloed van Confucius (circa 551 - 479 voor Chr.) is zo groot (geweest) dat het confucianisme door velen toch als religie wordt beschouwd. Niemand anders dan Confucius heeft de gedachten en de geest van het Chinese volk zo sterk beïnvloed. Zo is het nederig opstellen ten opzichte van je medemens, een typisch Chinese houding, ontleend aan Confucius. Confucius predikte de ideale samenleving waarin iedereen de juiste deugden moest betrachten en zich moest gedragen overeenkomstig zijn positie. Boven aan de hiërarchische maatschappij stond de Keizer die als zoon van de Hemel een (half) goddelijke status had. Alle ambtenaren in het oude keizerrijk werden opgeleid volgens de Confuciaanse klassieken. Met dit bestuursysteem was China de rest van de wereld ver vooruit. De andere stroming die belangrijk is voor het Chinese geestelijk denken, is het Taoïsme. Dit speelde zich veel meer af in de sfeer van kunst en wetenschap. De leer van Tao zei dat de mensen moesten leven volgens hun innerlijke natuur. In die natuur school de harmonie der krachten en verstoring ervan zou leiden tot ziekte en dood. Deze gedachte is later de leidraad geworden voor de Chinese geneeskunst.
Het Boeddhisme tenslotte is de enige stroming die van oorsprong niet Chinees is. Boeddhistische teksten en afbeeldingen werden helemaal uit India via de Zijderoute naar China gebracht, waar het behoorlijke veranderingen onderging. De aantrekkingskracht van het boeddhisme school in de aandacht voor het lijden van de mensen en het bereiken van de verlichting door een zuiver leven te praktiseren. De talloze afbeeldingen waarin Boeddha voorgesteld wordt, zie je ook in China terug maar dan veel meer in aardse gedaanten. Het meest karakteristieke beeld, dat typisch Chinees is, is de afbeelding van de zogenaamde 'lachende Boeddha', een vrolijk lachende Boeddhafiguur met een dikke ronde buik die rijkdom en vruchtbaarheid symboliseert. Elk pas getrouwd Chinees echtpaar zal niet vergeten een offer aan deze Boeddha te brengen.

China kent echter meer religies. Er zijn circa 1.600 protestantse kerken met volgens officiële opgave 15 miljoen protestanten (september 2000), de 'Drie Zelf Patriottistische Beweging' (door de regering gecontroleerd en erkend) en daarnaast niet officieel erkende (en dus ondergrondse) 'huiskerken'. Officiële katholieke kerken zijn aangesloten bij de Katholieke Nationale Patriottistische Vereniging, wie het niet is toegestaan trouw te zweren aan de Paus. De bevolkingsgroep de Hui (8,6 miljoen) zijn moslims. Het lamaïsme speelt nog steeds een belangrijke rol onder Tibetanen en Mongolen. In opkomst zijn diverse zich Christelijk noemende sekten.

Feestdagen

Er zijn veel evenementen en festiviteiten op lokaal niveau. Zij worden gehouden op vaste data, die volgens de maankalender worden berekend (twaalf maanmaanden bestaan uit slechts 354 dagen). Het gevolg is dat de data in onze kalender steeds anders vallen en er geen overzicht te geven is: kwestie van geluk dus.

De belangrijkste feestdagen voor de Chinezen zijn:

Chinees Nieuwjaar of Lentefestival (chun Jie)
Overeenkomstig de berekening van de maankalender valt deze feestdag ergens rond eind januari / begin februari. Dit is het belangrijkste feest van het jaar, waarbij iedereen minstens twee dagen vrij is. Net als bij ons tijdens kerstmis, is dit bij uitstek het familiefeest waarbij men samenkomt in het ouderlijk huis. Kort voor middernacht gaat het vuurwerk de lucht in. De eerste dag van het nieuwe jaar is voor familiebezoek. Op de tweede en derde dag bezoeken vrienden elkaar en wisselen wensen en geschenken uit.
Lantaarnfestival (Yuanxiao Jie)
Het Lantaarnfestival of het Feest van de Eerste Volle Maan valt op de 15de dag van de eerste maanmaand. Het symbolissert het afscheid van de winter en de komst van de zomer. De huizen worden versierd met lantaarns en overal wordt vuurwerk afgestoken.
Festival der Zuiverheid (Qingming)
Dit feest valt op 4 of 5 april, dus volgens de zonnekalender. Op deze dag worden de doden herdacht.
Drakenbootfestival (Duanwu Jie)
Dit festival wordt voornamelijk in het zuiden gevierd op de 5de dag van de 5de maanmaand. De boten zijn smal en lang en worden bemand door 16 tot 30 roeiers. Middenin staan vaak twee mannen met een gong en een trommel. De teams worden vanaf de kant luidkeels aangemoedigd.
Maanfestival (Yue Jie)
Het Maanfestival of Herfstfestival vindt plaats op de 15de dag van de 8e maanmaand. Traditioneel brengen op deze dag vrouwen offers aan de maan, in de vorm van fruit (symbool voor de wens tot vruchtbaarheid).
Internationale vrouwendag
Internationale vrouwendag wordt op 8 maart gevierd.
Dag van de arbeid
Deze wordt op 1 mei gevierd met parades en bijeenkomsten.
Maanfestival (Yue Jie)
Jeugddag wordt op 4 mei gevierd en Kinderdag wordt op 1 juni gevierd. Dit is een feestdag voor (kleine) kinderen.
Partijdag
Op 1 juli wordt herdacht dat in juli 1921 de Communistische Partij van China is opgericht.
National Day (guoqingjie)
Dit is de nationale feestdag die de dag herdenkt dat Mao de Volksrepubliek China uitriep (1 oktober 1949). Ook rond deze dag heeft men meestal twee dagen vrij.
Legerdag
De oprichtingsdag van het bevrijdingsleger valt op 1 augustus.
Lerarendag
Op 1 september worden de leerlingen geacht hun leraren te eren.

Vervoer in China

De meest gebruikte transportmiddelen voor het vervoer tussen de steden zijn de trein, bus of het vliegtuig. Het is aan te raden afstanden langer dan duizend kilometer per vliegtuig af te leggen. Met betrekking tot vliegen en veiligheid geldt dat de Chinese binnenlandse luchtvaartmaatschappijen de laatste jaren sterk zijn verbeterd. De trein is in de praktijk echter het meest gebruikte vervoersmiddel voor grote afstanden. Houd er rekening mee dat vreemdelingen tot ongeveer 100% meer moeten betalen dan de Chinezen zelf.

De treinen zijn ingedeeld in vier klassen: de harde en de zachte ligplaatsen (respectievelijk yingwo en ruanwo) en de harde en zachte ligplaatsen (respectievelijk yingzuo en ruanzuo). De harde zitplaatsen zijn heel goedkoop en op veel treinen helemaal niet zo hard. De zachte zitplaatsen worden vooral door buitenlanders en hooggeplaatste of rijke Chinezen gebruikt op kortere trajecten. De kosten zijn vergelijkbaar met de harde ligplaatsen. Bij de harde ligplaatsen lig je met zes passagiers in een open coupé en word je voorzien van lakens, kussens en dekens. De zachte ligplaatscoupés, die als comfortabele huiskamer zijn ingericht, deel je met drie medepassagiers. Treintickets zijn vrij gemakkelijk verkrijgbaar, mits je rekening houdt met de feestdagen en op tijd boekt.

Voor het interlokaal busvervoer moet je het kaartje de dag tevoren aanschaffen. De ruimte in de bussen (zit- en slaapplaatsen) zijn gemaakt voor de kleine Chinezen, dus erg krap voor de gemiddelde westerse toeristen.
Het wordt afgeraden om met de stadbussen te rijden. Ze zijn traag en vaak overbezet. Daarnaast is er het gevaar van zakkenrollers. De fietsriksja's die vaak in de buurt van hotels te vinden zijn, zijn eveneens een inefficiënt transportmiddel in Chinese steden waar de afstanden vaak enorm zijn. Voor hetzelfde geld kan je een goedkope taxi nemen.

Als alternatief kan je gebruik maken van metro's (in Beijing en Shanghai), taxi's of fietsen. Taxi's zijn tegenwoordig volop te krijgen. Het kilometertarief van een officiële taxi staat vermeld op een achterraampje aan de buitenzijde. Het kilometertarief van de taxi's in Beijing, Xi'an, Shanghai en Guangzhou staat op de zijkant van de taxi aangegeven. Daarnaast heeft elke taxi een starttarief waarbij je enkele kilometers vrij krijgt. De goedkoopste taxi's zijn de kleine zogenaamde 'brood busjes', een Chinese variant van de Suzuki. Het kan je gebeuren dat de chauffeur beweert dat de meter stuk is, maar dat moet meteen aanleiding voor je zijn een andere taxi aan te houden. Er is concurrentie genoeg! Een goedkoop alternatief is het huren van een fiets (zixingche). Veel hotels bieden het als service aan voor hun gasten. Vaak vraagt men om een borg of een persoonsbewijs als onderpand. Overal zijn bewaakte fietsstallingen en is er ruimte om te fiesten. Let er wel op dat je de fiets afgesloten op bewaakte parkeerplaatsen achterlaat als je bijvoorbeeld een boodschap gaat doen en houd er ook rekening mee dat het gemotoriseerd verkeer weinig rekening houdt met fietsers! Voor een reparatie onderweg kan je vaak goed terecht bij monteurs die langs de straat aan het werk zijn.

Fooien en geschenken

Ook al keuren de autoriteiten het geven van fooien af, het is geen overtreding meer. In de toerisme-sector wordt het geven van fooien zelfs steeds meer een normaal verschijnsel. Men zal er niet om vragen, maar gidsen, taxi-, hotelpersoneel en chauffeurs van touringcars verwachten een fooi, terwijl hun werk lang niet altijd door ons gewaardeerd wordt. In de meeste restaurants is een fooi niet gebruikelijk, met uitzondering van enkele exclusieve gelegenheden. Realiseer je dat je met het geven van fooien de sociale ongelijkheid bevordert. De Chinezen die in het toerisme werken, verdienen al veel meer dan hun landgenoten.

Als je bij Chinezen thuis uitgenodigd wordt voor een maaltijd, besef je dan goed dat er vaak een heel maandloon aan deze feestmaaltijd besteed wordt. Daarom zullen de Chinezen ook zelden mensen thuis uitnodigen. Uitermate geschikte cadeautjes voor Chinezen zijn buitenlandse postzegels en briefkaarten met Nederlandse lansschappen of tulpen. Het geven van cadeautjes als panty's en lippenstift wordt als beledigend beschouwd.

Gezondheid

Officieel zijn voor China geen inentingen nodig. Wel worden bepaalde vaccinaties aangeraden. In het algemeen worden aanbevolen: DTP, Tyfus en Hepatitus A. Malaria komt wel voor in China maar alleen in de waterrijke streken langs de grens met Vietnam, Laos en Birma. Indien je alleen in steden in hotels met airconditioning verblijft, is de kans op een malariabesmetting klein als je er op let dat je ook muggenwerende middelen gebruikt. Boven de Yangze rivier komt geen malaria voor .Het is verstandig altijd contact op te nemen met de GG&GD, het Havenziekenhuis in Rotterdam of het AMC te Amsterdam om je te laten informeren over de gezondheidsrisico's van de plaatsen in China die je bezoekt.

Aangezien het voedsel goed wordt doorbakken, is de kans om een voedselinfectie op te lopen gering. Je loopt meer kans een stevige verkoudheid op te lopen van de airco's en fans, die in de openbare gebouwen op hoge toeren draaien.

De gezondheidsvoorzieningen zijn redelijk en de medische kennis is goed in China. Grote hotels hebben vaak een eigen dokterspost en er zijn speciale Travel Clinics zoals in Beijing (20, North Street of Hepingli, tel. 4211857). De kruidengeneeskunde en acupunctuur zijn in China ontwikkeld en kunnen gebruikt worden bij eenvoudige aandoeningen. Schrik niet van de grote hoeveelheid medicijnen die een traditionele arts voorschrijft. Geneesmiddelen gebaseerd op kruiden zijn veel minder krachtig dan de westerse chemisch geproduceerde medicijnen.

Tijdsverschil

Ondanks de grootte van het land geldt de tijd van Beiijng voor iedereen. Heel China ligt dus in één tijdzone. Het tijdverschil tussen Nederland en China is 7 uur. Gedurende onze zomertijd is het 6 uur later.

Elektriciteit

Er geldt voor geheel China een netspanning van 220 volt, maar in bepaalde gebieden, zoals Tibet, is de kans groot dat de elektriciteit een geringere spanning heeft.
Met name de stopcontacten geven nogal wat problemen, want er is geen uniformiteit. De stekkers zijn over het algemeen plat en hebben twee of drie pennen. Neem een wereldstekker mee om problemen te voorkomen. Er komen nogal eens stroomstoringen voor, soms wordt de netspanning zelfs afgesloten vanwege bezuinigingen.
Batterijen voor allerlei elektrische apparatuur zijn in China volop verkrijgbaar. Alleen bijzondere batterijen voor bijvoorbeeld je camera moet je uit Nederland meenemen. Wat zeker van pas zal komen is een zaklantaarn. Sommige tempels en andere bezienswaardigheden zijn zeer slecht verlicht, als gevolg waarvan je zonder zaklantaarn het belangrijkste zou missen. De zaklantaarn kan ook handig zijn als je bijvoorbeeld in een eenvoudig hotel in het holst van de nacht een toilet moet vinden of de elektriciteit ergens uitvalt.